Veel Gestelde Vragen

We hebben hier een aantal veelgestelde vragen neergezet met bijbehorende antwoorden. Mocht je bepaalde dingen niet snappen, of heb je zelf nog andere vragen, stel ze gerust bij: Stel Een Vraag.

  1. Waarom is er zoveel ellende in de wereld? Is God liefde?

    De vraag naar het lijden en waarom God dat toelaat is misschien wel de meest gestelde vraag in onze tijd. Een vraag trouwens die om verschillende redenen kan worden gesteld. Het kan zijn dat iemand persoonlijk te maken heeft met lijden en verdriet, in dat geval zal een ‘theologische verklaring’ iemand waarschijnlijk niet verder helpen. Maar de vraag kan ook een serieuze belemmering zijn om in God te kunnen geloven. Dan mogen we, zonder de indruk te willen wekken dat we pasklare antwoorden hebben, enkele feiten vanuit de Bijbel naar voren brengen.

    • God heeft de mens oorspronkelijk niet geschapen in de toestand waarin hij nu verkeert. Deze toestand is ontstaan doordat de mens de relatie met God verbroken heeft, zijn eigen weg wilde gaan. Daardoor is hij gescheiden van God, de Bron van het leven, en heeft de dood zijn intrede gedaan, met alles wat bij de dood hoort: het verval, de ziekte, de onvolmaaktheid, het lijden. Dit is de toestand waarin heel de schepping verkeert.

      Als de Bijbel stelt dat lijden een gevolg is van de verbroken relatie met God waarom maakte God de mens dan zo dat hij kon zondigen?
      God heeft de mens geschapen voor een liefdesrelatie met Hem. Liefde heeft pas echt betekenis als het vrijwillig is. Als een meisje aan een jongen het  “jawoord” geeft, dan heeft dat alleen maar betekenis als ze ook “nee” had kunnen zeggen. Stel dat ze voorgeprogrammeerd was dat ze alleen maar “ja” kon zeggen toen hij haar vroeg. Wat voor waarde had dat dan? Hoe zou hij ooit kunnen weten of ze echt van hem hield. In die zin heeft de mens de mogelijkheid gekregen om te kiezen, zodat hij vrijwillig “ja” of “nee” kan zeggen tegen God. God heeft de mens dus niet als een robot gemaakt, voorgeprogrammeerd om lief te hebben, maar als een persoon met een eigen verantwoordelijkheid.
    • Als God nu een einde aan het lijden zou maken, hoe zou Hij dat moeten doen? God is in Zijn volmaaktheid niet alleen vol liefde, maar ook absoluut rechtvaardig. Zou Hij dan alle slechte mensen, alle gewelddadige mensen moeten doden? Is dat wat we bedoelen? En wie is dan slecht? Wie bepaalt dat? Of is iedereen goed? Hitler ook? Paul E. Little schrijft: “Stel dat God zou besluiten dat vannacht om middernacht alle kwaad zou worden weggedaan uit het heelal, wie van ons zou er dan nog zijn na twaalf uur?”
    • God heeft echter wel degelijk iets gedaan aan de zonde en de ellende in de wereld. Hij heeft een manier gevonden waarin Hij zonder tekort te doen aan Zijn rechtvaardigheid, toch de schepping kan herstellen zonder haar te vernietigen. Hij heeft Zijn Zoon gezonden, Jezus Christus, Die het oordeel van God gedragen heeft. Door Hem is vergeving mogelijk en herstel van de relatie met God. Als het moment aanbreekt dat God inderdaad een einde zal maken aan alle lijden, dan betekent dat geen veroordeling voor al die mensen die hun vertrouwen gesteld hebben in Jezus Christus.
    • Heel veel lijden in deze wereld doen mensen zichzelf aan. Het is niet eerlijk God daarvan de schuld te geven. Dit lijden laat ook zien dat de mens niet in staat is zonder God deze wereld te beheren. Je kunt daarbij denken aan: hongersnoden, oorlogen, het vluchtelingenprobleem, milieurampen (bijv. overstromingen als gevolg van ontbossing, etc.), godsdiensten die de vooruitgang tegenhouden (bijv. omdat al het leed een gevolg van zonde in vorige levens (karma) is, doet men daar niets aan, het moet immers zo zijn).
    • Tenslotte: lijden is niet altijd zinloos. Onze karakters kunnen door lijden gevormd worden. Het beste wat door een mens tot stand is gebracht, komt vaak voort uit persoonlijk leed dat hij heeft meegemaakt.
  2. Ben ik voor God acceptabel?

    Veel mensen zijn de mening toe gedaan dat ze niet goed genoeg zijn om bij God te mogen horen. Door zichzelf te vergelijken met andere mensen die in hun ogen beter, geloviger, christelijker zijn, zijn zij tot de conclusie gekomen dat ze nooit kunnen voldoen aan de hoge eisen die het christelijk geloof stelt. De vraag is echter of dit wel terecht is. Gelovigen hebben (soms onbedoeld) hun medemens buiten de geloofsgemeenschap het gevoel gegeven dat de ander door z’n levensstijl tekort schiet en daarom voor God onacceptabel zal zijn.

    Aan de hand van drie engelse woorden willen wij proberen uit te leggen hoe Jezus met mensen omgaat en hoe zijn volgelingen dat ook zullen moeten doen.

    Deze woorden beginnen alledrie met een B. Het zijn Belonging (je mag erbij horen), Believing (geloven) en Behaviour (gedrag). Vaak hebben gelovigen hun christelijke leefregels voorop gezet in de omgang met de zoekende medemens. Als je maar voldoet aan onze gedragscode (Behaviour) dan mag je erbij horen (Belonging) en zullen we je als een gelovige (Believing) beschouwen.
    In het Nieuwe Testament lezen we in Lukas 19 hoe Jezus de belastingambtenaar Zacheüs tegemoet treedt. Zacheüs int de belasting voor de Romeinse bezetter en verrijkt zich ten koste van zijn volksgenoten. Dat maakt hem niet bepaald geliefd. Op het moment dat Jezus de woonplaats van Zacheüs binnenkomt, klimt Zacheüs, die klein van stuk is, in een boom om Jezus te kunnen zien.
    Jezus ziet hem zitten en spreekt hem aan. Nu zul je verwachten dat Jezus Zacheüs wel eens op zijn verkeerde gedrag (Behaviour) zal aanspreken, maar dat doet Hij niet. Hij zegt “Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven”. Met andere woorden, Jezus zet Belonging voorop in plaats van Behaviour. Zacheüs mag met al z’n fouten komen zoals hij is. Om een ontmoeting met Jezus te hebben hoeft hij niet vooraf z’n fouten op te ruimen.
    Deze onvoorwaardelijke acceptatie maakt dat er een relatie ontstaat tussen Jezus en deze, in de ogen van de mensen, verachtelijke landverrader. Zacheüs wordt een gelovige (Believing). En pas nadat Zacheüs gelovig geworden is verandert zijn gedrag (Behaviour). Zacheüs gaat de mensen die hij tekort gedaan heeft terugbetalen. De verandering van Zacheüs’ gedrag is dus een gevolg van de ontmoeting met Jezus en geen voorwaarde vooraf voor de ontmoeting met Jezus! 

    Daarom geloven wij dat ieder mens, ongeacht zijn manier van leven, welkom is bij Jezus en in Zijn gemeente (Belonging). In de christelijke gemeenschap is er tijd en ruimte om Jezus Christus te leren kennen, een relatie met Hem aan te gaan en vergeving te ontvangen (Believing). Wie een gelovige geworden is zal gaan ontdekken dat hij vanuit de relatie met Jezus meer en meer zal gaan leven naar Gods bedoelingen (Behaviour).
    Kortom, Jezus houdt zoveel van je dat je mag komen zoals je bent. Maar Jezus houdt ook zoveel van je dat Hij niet wil dat je blijft zoals bent!

  3. Er is geen God, want ik heb Hem nog nooit gezien en ervaar ook niets van Hem?

    Daar kun je alleen zeker van zijn als je alle kennis en informatie bezit, die er is. Anders bestaat de mogelijkheid dat God buiten jouw gedachtewereld en gevoelsleven wel aanwezig is. Het feit dat we iets niet ervaren, dat we iets niet verklaren kunnen of niet waarnemen is absoluut geen bewijs dat iets er niet is. Er zijn talloze voorbeelden van verschijnselen die we niet voelen, begrijpen of ervaren, maar die er wel degelijk zijn (denk bijvoorbeeld aan koolmonoxide, röntgenstralen, magnetische velden, etc). Trouwens, als wij God met ons menselijk verstand zouden kunnen verklaren, zou Hij dan nog wel God zijn? God de Schepper van de kosmos is per definitie verheven boven onze dimensie, boven de door Hem geschapen wetten van de natuur, boven ons verstand en waarnemingsvermogen.

    We kunnen niet bewijzen dat God bestaat, althans niet in de zin van een natuurwetenschappelijk bewijs, door het doen van een experiment dat herhaald kan worden. Maar je kunt in die zin ook niet bewijzen dat Napoleon ooit bestaan heeft, of dat je vrouw werkelijk van je houdt.

    Er zijn echter wel degelijk een aantal aanwijzingen dat God bestaat:

    1. Alles heeft een begin. Alles in deze wereld heeft een begin en er is niets zonder oorzaak. Als je maar ver genoeg terug redeneert kom je vanzelf bij de oorspronkelijke zaak van alles, die zelf geen oorzaak heeft, dan kom je bij God.
    2. De duidelijke orde en planmatigheid die er heersen in de natuur en het heelal. Of je nu kijkt naar een levend organisme of naar het stelsel van sterren en planeten, altijd kom je diep onder de indruk van de precieze samenhang van alle delen met elkaar. De orde in het heelal is van een wiskundige precisie. Het menselijk lichaam is een groot wonder, en de mens is er bij lange na nog niet uit hoe alle functies in ons lichaam in elkaar grijpen en elkaar in evenwicht houden. Te menen dat de ecologische systemen op aarde, de levende organismen, het heelal, enz. vanzelf en toevallig zo ontstaan zijn, vraagt een heel wat groter geloof dan het geloof in een Schepper.
    3. De oorsprong van begrippen als goed en kwaad, recht en onrecht, ons geweten dus. Hoewel men in deze tijd probeert te bewijzen dat zulke begrippen in feite niet bestaan, of afhankelijk zijn van tijd en cultuur, laat de werkelijkheid en ook de geschiedenis zien dat mensen van alle tijden en culturen bepaalde gemeenschappelijke normen hebben over wat goed is en wat niet. Waar komen die normen vandaan? Je komt uiteindelijk maar op één verklaring: het bestaan van God, die Zelf de oorsprong en het “ijkpunt” is van het goede, van liefde, gerechtigheid, trouw, eerlijkheid, enz.
    4. Het godsbeeld en het godsbesef. Onder de verste en meest afgelegen primitieve volken van vandaag heerst een algemeen besef van Gods bestaan. In de oudste geschiedenissen en legenden van volken over de hele aarde was de oorspronkelijke opvatting die van één God, die de Schepper was. Het overgrote deel van de mensheid heeft altijd en overal in één of andere god of meerdere goden geloofd. Waar komt het idee en besef van God vandaan? Hoe komt het dat de mens op zoek is naar God? Omdat de mens geschapen is met het besef dat er een God is.
    5. De persoonlijkheid van de mens. Hoe kan de mens een persoonlijkheid hebben als er een volstrekt onpersoonlijk begin zou zijn. Komt dan het meerdere uit het mindere voort? Het feit dat de mens een persoonlijkheid is wijst erop dat er een andere persoonlijkheid aan ten grondslag ligt, namelijk een persoonlijke God, Die de mens schiep naar Zijn evenbeeld.
    6. Naast deze aanwijzingen voor het bestaan van God, die je met je verstand kunt beredeneren, is het meest directe en duidelijke bewijs van het bestaan van God gelegen in Zijn openbaring aan ons. Niet alleen dat Hij bestaat, maar vooral hoe en wie Hij is wordt door God zelf geopenbaard, in Zijn openbaring aan mensen opgetekend in de Bijbel, en in Zijn hoogste openbaring, Jezus Christus.
    7. In de Bijbel openbaart God zich aan mensen. Dat de Bijbel Gods openbaring is, is niet objectief te bewijzen. Je kunt het echter wel omdraaien en stellen: als de Bijbel, het boek zou zijn waarin God zich openbaart, dus een boek van Goddelijke oorsprong, wat zou je dan van zo’n boek mogen verwachten? Het blijkt dat de Bijbel in alle opzichten voldoet aan het absoluut unieke dat je mag verwachten van een boek waarin God zich aan mensen openbaart (zie: Is de Bijbel betrouwbaar?).
    8. Jezus Christus is de hoogste openbaring van God. Hij vertelde niet alleen over God, Hij is God zelf, God met ons, het vleesgeworden Woord. Dat Jezus Christus God is, heeft Hij niet alleen maar duidelijk gezegd, maar ook bewezen, door Zijn karakter en volmaakt leven, door Zijn wonderen en tekenen, maar vooral door Zijn opstanding uit de doden. Als iemand zegt dat God niet bestaat, dan moet hij ook zeggen dat Jezus niet God was, dat de historische feiten over Hem op leugens berusten, dat Jezus niet is opgestaan uit de dood, en dat de Bijbel een menselijk en onbetrouwbaar boek is.
  4. Is de bijbel betrouwbaar?

    De bijbel is een heel oud boek. Eigenlijk is het een samenstelling van een heleboel kleinere boeken en brieven. Je vindt er boeken die vooral geschiedenis bevatten, zoals Genesis, Koningen en Kronieken en het boek Handelingen. Je vindt ook boeken waar voornamelijk profetieën in staan. Een bekend profetenboek is Jesaja. Je hebt poëtische boeken met liederen, proza of wijsheidsliteratuur. We denken o.a. aan Psalmen, Hooglied en Spreuken. Er is een aantal verslagen over het leven van Jezus. Dat zijn de vier Evangeliën Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Verder heb je een hele reeks brieven die door Paulus geschreven zijn aan verschillende gemeenten. Denk aan de brief aan de gemeenten in Rome of aan de gemeente in Corinthe. Ook zijn er brieven aan personen opgenomen in de bijbel, zoals de brieven aan Timotheüs. De bijbel is geschreven over een periode van 1500 jaar, door ca. 40 verschillende schrijvers. Het is verdeeld in twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is geschreven voor Christus en bestaat uit 39 boeken. Het Oude Testament is – op enkele stukjes na – geschreven in het Hebreeuws. Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks.
    Het Nieuwe Testament bestaat uit 27 boeken en is geschreven na Christus. De laatste boeken zijn de geschriften van de apostel Johannes en zijn geschreven rond 90/95 na Christus. Toen was dus de gehele bijbel voltooid.

    Waarom behoren bepaalde boeken tot de bijbel en andere niet? We hebben het dan over de ‘canon van de bijbel’ of de ‘canonieke boeken’. Met de canon wordt de lijst bedoeld van boeken die tot de bijbel behoren. Het zijn de boeken waarvan we geloven dat ze door God geïnspireerd zijn, en daarom gezaghebbend zijn.
    In de eerste plaats is het belangrijk op te merken dat de boeken geen gezag kregen doordat ze in de canon werden opgenomen. Ze werden in de canon opgenomen omdat ze dat gezag overduidelijk hadden, omdat ze geïnspireerd bleken te zijn, en niet andersom.
    Hoe herkende en erkende men dan de boeken als geïnspireerd?
    Het meest belangrijke criterium was de vraag of het boek aantoonbaar geschreven was door, of te herleiden was tot het gezag van, een erkend profeet (Oude Testament) of apostel (Nieuwe Testament). Zowel de boeken van het Oude Testament als die van het Nieuwe Testament zijn te herleiden tot het gezag van een profeet of apostel.
    Een tweede criterium was de vraag of de inhoud klopt met de inhoud van de rest van erkende boeken. Dus de feitelijke en leerstellige juistheid van een boek was ook een belangrijk criterium. Ten derde stelde men zich de vraag of het gezag en de kracht van God merkbaar zijn in het boek. Het Woord van God werkt levensveranderend, is dynamisch en krachtig. Men keek dus naar het gezag waarmee het boek sprak en naar de uitwerking ervan.
    Ten vierde was de reactie van de ontvangers een belangrijke toetsteen van de echtheid en het gezag van het boek.
    Al rond het jaar 200 circuleerden lijsten van geïnspireerde en gezaghebbende boeken waarin de meeste boeken van het Nieuwe Testament waren opgenomen. Tijdens een concilie in 397 werd de canon zoals we die nu kennen officieel bevestigd. Men bevestigde dat wat in feite al lang bestond.

    Wij geloven dat de hele bijbel het Woord van God is, geïnspireerd door de Heilige Geest. De apostel Petrus schrijft in 2 Petr.1:21: ….mensen die namens God spraken werden daartoe gedreven door de Heilige Geest.
    Een belangrijk argument voor de inspiratie van de bijbel is dat wat Jezus Christus zelf zegt over de toen bekende boeken van de bijbel. In Lukas 24:25 zegt Jezus: Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? En in Matteüs 22:29: u dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet ….
    Een andere belangrijke toetsteen voor de inspiratie van de bijbel is de vervulling van profetieën die in de bijbel zijn gedaan. Als de bijbel werkelijk door God is ingegeven, dan mogen we onderzoeken of de profetieën inderdaad zijn uitgekomen. Hoewel de vervulling van een aantal profetieën nog in de toekomst ligt zijn er zeer vele al vervuld. Enkele voorbeelden zijn: de afstamming van Jezus Christus (Jesaja 11:1), de geboorte (Micha 5:2, Jesaja 7:14), het lijden (Jesaja 53), het verraad (Zacharias 11:12,13, Psalm 41:10), de kruisiging (Psalm 22, Jesaja 53).

    Heel de bijbel is door God geïnspireerd. Soms ontvingen de bijbelschrijvers rechtstreeks woorden van God, bijvoorbeeld door een visioen. Soms gingen ze zelf feiten verzamelen, maar werden ze door God Geest geïnspireerd in het resultaat van hun werk. We moeten echter niet uit het oog verliezen dat de bijbel via mensen die leefden in een bepaalde tijd, onder bepaalde omstandigheden, en met een bepaalde cultuur en taal, is ontstaan. Dat wil zeggen dat de bijbel ook een menselijk boek is. God heeft de mensen niet als een dicteermachine gebruikt. En daarom zullen we ook de regels van de geschreven taal moeten respecteren bij het lezen en uitleggen van de bijbel. De bijbel is dus wel tijdsbepaald maar niet tijdgebonden. Daarom is het voor meer diepgaande studie van de bijbel nodig om gebruik te maken van hulpmiddelen om de kloof die er is op het gebied van taal, cultuur, etc. te overbruggen. God kan door Zijn Geest rechtstreeks door de bijbel tot ons hart spreken. Willen we echter de tekst van de bijbel beter bestuderen en gaan onderzoeken dan doen we er goed aan hulpmiddelen te gebruiken, vanwege de kloof tussen toen en nu.

  5. Zijn alle godsdiensten hetzelfde?

    Steeds vaker worden we geconfronteerd met de mening dat alle godsdiensten eigenlijk dezelfde God vertegenwoordigen. Het is opmerkelijk te noemen dat dit naar de mening van de verschillende godsdiensten zelf niet zo is. Een vergelijking tussen het Christendom, het Jodendom, de Islam, het Boeddhisme en het Hindoeïsme laat zien dat deze godsdiensten elkaar op essentiële punten tegenspreken. In het Boeddhisme bestaat geen persoonlijke God. De visie op Jezus Christus is totaal verschillend, en de wijze waarop een mens verlost moet worden eveneens. Het meest kernachtige verschil tussen het christelijk geloof en andere godsdiensten is ten eerste het feit dat in alle godsdiensten de mens op de een of andere wijze zichzelf moet verlossen, terwijl de bijbel leert dat God ons verlost door de verzoening van Jezus Christus, uit genade. Ten tweede is de persoon van Jezus Christus het grote verschil. Alleen Hij leerde dat Hij God was. Alleen Hij is uit de dood opgestaan en leeft.

    Christenen krijgen nogal eens het verwijt te horen dat zij weinig respect tonen voor andere meningen. Het stellen dat Jezus de enige Weg tot God is, legt men dan uit als onverdraagzaamheid t.o.v. andersdenkenden. En deze gedachte komt weer voort uit het idee dat geloof een soort keuze-artikel is geworden. Wat ik geloof is waar voor mij, en wat jij gelooft is waar voor jou.
    Maar het gaat er niet om dat we in één of andere godsdienst geloven, het gaat erom of het waar is wat we geloven. Je kunt geloven dat het ijs in een sloot na één nacht vriezen dik genoeg is om erover te kunnen lopen. Ook al heb jij een groot geloof, toch ga je door het ijs heen. Jij stelde je vertrouwen op iets, dat niet betrouwbaar bleek te zijn.
    Het kennen van de waarheid, maar het ‘uit respect’ die waarheid niet aan de ander vertellen, getuigt juist van heel weinig respect voor die ander. Als de bijbelse Boodschap werkelijk waar is, dan is het van absoluut levensbelang dat zoveel mogelijk mensen dat horen en Jezus Christus leren kennen.

    Stel je voor dat ik een medicijn uitvind dat de ziekte AIDS volkomen kan genezen. En stel dat ik uit respect voor de privacy van AIDS-patiënten hier geen bekendheid aan geef. Hoe zou je mijn handelwijze beoordelen? Zo is het ook met de christelijke Boodschap. Door zonde is onze relatie met God verbroken en liggen we onder het oordeel. Maar door Jezus Christus is er redding mogelijk. Moet ik dat uit respect voor andere overtuigingen voor mezelf houden? Het Evangelie is werkelijk waar en daarom moet dat uit liefde en respect voor anderen aan al die anderen juist verkondigd worden.

  6. Er is geen absolute waarheid; alles is relatief.

    Als je stelt dat er geen absolute waarheid is dan beweer je dat alle visies en opvattingen even waar zijn. Hoewel dit heel overtuigend kan klinken, menen wij dat op deze stelling wel wat is af te dingen.

    Ten eerste is de stelling "Er is geen absolute waarheid" zelf een absolute stelling. Wie overtuigd is van deze stelling maakt dus een uitzondering op z’n eigen stelling door een absolute stelling te gebruiken om eigen waarheid te onderbouwen. Dat is niet erg geloofwaardig. Als het waar is dat er geen absolute waarheid bestaat, dan is dus ook de stelling dat er geen absolute waarheid is niet absoluut.

    De stelling dat er geen absolute waarheid bestaat maakt bovendien iedere vorm van natuurwetenschappelijk onderzoek zinloos. Want dan zou de opvatting dat de aarde rond is even waar zijn als de opvatting dat de aarde plat is. Of de opvatting dat de maan groter is dan de zon even waar als de opvatting dat de maan kleiner is dan de zon. 

    Bovendien, als er geen absolute waarheid bestaat dan bestaat er ook geen absoluut goed, of absoluut kwaad. Maar toch zal geen weldenkend mens de opvatting voor zijn rekening durven nemen dat Hitler een beter mens was dan moeder Theresa. Dit laat naar onze overtuiging zien dat je niet kunt volhouden dat alle opvattingen even geldig zijn, dat absolute waarheid niet bestaat, en dus ook dat er geen absolute normen zijn voor goed en kwaad.

    Hiermee is uiteraard niet aangetoond dat het christelijk geloof de absolute waarheid is, of dat God absoluut goed is. Maar wel hebben we op deze manier geprobeerd duidelijk te maken dat er absolute waarheid en absolute goedheid bestaat. Wij geloven dat Jezus Christus met zijn uitspraak "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij" (Joh.14:6)  claimt absoluut de enige weg tot God en de waarheid te zijn.

  7. Ik geloof wel, maar ik heb daarbij de kerk niet nodig.

    Wie beweert dat geloven een persoonlijke zaak is, heeft aan de ene kant helemaal gelijk. Het gaat om een persoonlijk geloof. Tot geloof komen kan een ander niet voor je doen, het gaat om jouw relatie met God. Om eeuwig leven te ontvangen zul je zelf Jezus als je persoonlijke Verlosser moeten uitnodigen in je leven. 

    Aan de andere kant is geloven geen privé-aangelegenheid. Want wie gaat geloven komt niet alleen met Jezus Christus in verbinding maar ook met andere gelovigen. Christenen vormen een eenheid die vergelijkbaar is met de lichaamsdelen in een lichaam. Gelovigen horen bij elkaar. Samen vertegenwoordigen ze de Heer Jezus op aarde. Deze gemeenschap van gelovigen wordt in de bijbel het ‘Lichaam van Christus’ genoemd, waarvan Jezus het Hoofd is. In de gemeente van Jezus Christus trekken totaal verschillende mensen met elkaar op en vormen toch een eenheid met elkaar. In de gemeente komt Jezus samen met Zijn volgelingen. Jezus zegt in Matteüs 18:20: Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden. 

    Rondom het begrip ‘kerk’ is veel spraakverwarring. Soms wordt er een geloofsgemeenschap mee aangeduid (bijv. de Protestantse Kerk of de Rooms Katholieke Kerk). Daarnaast wordt het woord zowel voor het gebouw ("we gaan een kerk bezichtigen") als voor de samenkomst gebruikt (“hoe laat begint de kerk?”). Het woord ‘kerk’ is afgeleid van een Latijns woord met de mooie betekenis ‘van de Heer’. Als wij hier over de kerk (of gemeente) spreken dan bedoelen we een groep mensen die bij elkaar komt om God te aanbidden, om onderwijs te ontvangen, en om elkaar te bemoedigen. Deze ontmoeting tussen plaatselijke christenen is in de bijbel vanzelfsprekend. In het bijbelboek Handelingen is te lezen hoe de christelijke kerk is ontstaan nadat Jezus in de hemel is opgenomen. Jezus had zelf al aangegeven dat de gemeente er zou moeten komen, Hij zei: Ik zal mijn gemeente bouwen (Matt. 16:18). Overal waar de apostelen van Jezus het Evangelie verkondigden werden de gelovigen samengebracht om een gemeenschap te vormen. 

    Omdat de kerk door Jezus zelf is ingesteld menen wij dat geloven zonder kerk in strijd is met de bijbel. Wie beweert zonder kerk te kunnen geloven is  in wezen ongehoorzaam aan Jezus zelf. Het is Jezus’ bedoeling dat gemeenteleden elkaar stimuleren en aanvullen. Om bij het beeld van het  lichaam te blijven, ieder lichaamsdeel is verschillend, maar ze hebben elkaar nodig om als lichaam te kunnen functioneren. Wie niet betrokken is bij een gemeente doet daarom zichzelf te kort en hij doet zijn medegelovigen te kort. 

    En daarom menen wij dat geloven zonder kerk in feite geen optie is. Iedere gelovige hoort aangesloten te zijn bij een gemeente waar het verlossingswerk van Jezus Christus centraal staat en de bijbel als woord van God wordt onderwezen. Anderzijds moet ook opgemerkt worden dat lidmaatschap van een kerk nog geen waarborg biedt voor een juiste verhouding tot Jezus Christus. Kerklidmaatschap maakt je niet automatisch een christen, maar in de bijbel wordt wel iedere christen opgeroepen om actief betrokken te zijn bij een plaatselijke gemeente.

  8. Komt iedereen in de hemel?

    Misschien is dit wel een van de lastigste vragen om te beantwoorden. Want zodra je uitspreekt dat jij wel en een ander niet in de hemel komt, dan klinkt dat al snel als een veroordeling. Toch willen we ook deze vraag eerlijk beantwoorden en weergeven wat de bijbel er over leert. Daarbij willen we wel direct opmerken dat het ons allerdiepste verlangen is dat ieder mens God leert kennen en in de hemel komt. En we geloven dat we in goed gezelschap zijn, want we lezen in de bijbel ook dat het Gods verlangen is dat ieder mens Hem leert kennen (2 Petrus 3:9, 1 Timoteüs 2:4). 

    De bijbel leert dat de hele mensheid zich in een van God gescheiden positie bevindt. Door de rebellie van de eerste mensen is het contact met Hem verbroken en is er een onoverbrugbare kloof ontstaan tussen God en mens. Dat geldt voor ieder mens. Dat dit klopt blijkt ook wel uit het feit dat veel mensen niets van Gods aanwezigheid ervaren in hun leven, je bevindt je als het ware op een andere golflengte. Ieder mens wordt geboren met een aangeboren neiging tot kwaad. Dat wil niet zeggen dat ieder mens alleen maar slecht is, er zijn ook gelukkig nog veel mensen die goed doen, sociaal zijn, zichzelf opofferen voor de zwakke in de samenleving, enz. Maar je hoeft niemand uit te leggen wat haat, boosheid, jaloersheid, egoïsme, etc. is, want dat zit in ieder mens, omdat voor ieder mens geldt dat hij uit zichzelf niet leeft volgens Gods bedoelingen. 

    Gods bedoelingen met ons leven heeft Jezus ooit samengevat in twee allesomvattende leefregels, nl.

    Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.

    Wie eerlijk in de spiegel kijkt weet van zichzelf dat hij niet in staat is om aan deze leefregels te voldoen. Toch is er alleen maar contact mogelijk met een absoluut heilig God als wij volledig aan dit criterium voldoen. Bij Wat geloven wij? leggen wij uit dat God uit liefde Zijn Zoon Jezus naar de wereld stuurde om het weer mogelijk te maken met Hem in het reine te komen. Hij betaalt onze schuld en verschaft ons toegang tot een relatie met God. In misschien wel de bekendste tekst uit de bijbel geeft Jezus zelf uitleg:

    Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden. Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft is al veroordeeld, omdat Hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.

    Een aantal opmerkingen: 

    • Gods motief om Zijn Zoon te sturen is liefde. Hij wil ons niet aan ons lot overlaten, maar zoekt een weg naar herstel. Dat is Zijn verlangen. 
    • De toegang tot het eeuwig leven wordt verkregen door geloof. Het bijbelse woord ‘geloven’ kun je misschien nog wel het best vertalen met ‘vertrouwen op’. Het gaat er dus om dat we ons vertrouwen stellen op wat Jezus heeft gedaan. Wie dat doet ontvangt eeuwig leven. 
    • Over wie gelooft zal geen oordeel worden uitgesproken, maar wie niet wilde geloven is al veroordeeld. De tekst zegt hier dat mensen die Gods mogelijkheid voor redding bewust afwijzen voor zichzelf de deur dicht doen. Dat ligt niet aan God, Hij biedt redding aan. Hij werpt als het ware een reddingsboei toe. Maar wie de reddingsboei afwijst zal omkomen. 
    • Wij willen wel opmerken dat het hier gaat om mensen die bewust Jezus afwijzen. Er zijn op deze wereld heel veel mensen die nooit gehoord hebben van deze mogelijkheid tot redding. Wat er met deze mensen gebeurt als zij voor Gods rechterstoel verschijnen mogen we aan God zelf overlaten. De bijbel vertelt ons dat Hij absoluut rechtvaardig is. Er zal niemand onterecht de toegang tot de hemel worden geweigerd. Maar mensen die bewust niets met God te maken willen hebben, zullen dat straks na dit leven ook niet hoeven en voor eeuwig van God gescheiden zijn. 

     

    Van de lezers op deze site kan niet gezegd worden dat zij nog nooit gehoord hebben van Jezus’ mogelijkheid tot redding. Voor ieder van hen zal gelden: of je probeert zelf te betalen en zult ontdekken dat je tekort komt omdat je niet in staat bent te voldoen aan de norm van Gods bedoelingen met je leven, of je laat Iemand (Jezus) je toegang tot de hemel betalen. Voor die keuze worden we gesteld. Gods verlangen is duidelijk, Hij gunt je van harte dat je in de hemel komt. Het heeft Hem alles gekost. De vraag ligt nu bij jezelf: Wat wil je. Bij Wat geloven wij? leggen we uit hoe je een volgende stap zou kunnen zetten.

  9. Drie en toch één... de leer van de drie-eenheid.

    Christenen belijden te geloven in een ‘drie-enige God’. Daarmee willen zij uitdrukken dat er maar één God is, die zich openbaart in drie Personen: Vader, Zoon (dat is Jezus Christus) en de Heilige Geest. 

    In de eerste plaats willen we opmerken dat we het woord ‘drie-eenheid’ nergens in de Bijbel zullen tegenkomen. In de theologie heeft men een woord gezocht voor het feit dat God zich in de Bijbel laat kennen als één God, die zowel Vader, Zoon als Geest is. Zo is het woord 'drie-eenheid' of 'drievuldigheid' of ook wel 'triniteit' in gebruik geraakt. 

    We willen proberen kort te onderbouwen waar we in de Bijbel lezen dat God 'drie-enig' is. In de eerste plaats willen we teksten in de Bijbel noemen die laten zien dat er maar één God is. 

    • Deuteronomium 6:4: Luister, Israël, de HEER, onze God, de HEER is de enige (NBV).
    • Jesaja 44:6: Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen God buiten mij (NBV).

     

    Hoewel de Bijbel over één God spreekt, zien we dat de drie Personen Vader, Zoon en Geest bij allerlei gelegenheden gezamenlijk aan het werk zijn. Dat begint al bij de schepping. We lezen over God die in het begin de hemel en de aarde schiep (Genesis 1:1). Maar er staat ook dat de Geest broedde, of zweefde, over de wateren (Genesis 1:2). En in het Nieuwe Testament lezen we dat ook van de Zoon gezegd wordt dat Hij Schepper is. We noemen een paar teksten:

    • In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God (Johannes 1:1) ... Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat ... (1:3) Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond (1:10). Niemand heeft ooit God  gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen (1:18).
    • Beeld van God, de onzichtbare, is Hij (de Zoon!), eerstgeborene van heel de schepping: in Hem is alles geschapen ... (Kolossenzen 1:15,16).
    • Wij weten: er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven (1 Korintiërs 8:6).

     

    Uit deze tekstgegevens blijkt dat zowel de Vader, de Zoon als de Geest bij de schepping van hemel en aarde betrokken waren. 
    Iets dergelijks zien we ook bij het sterven en de opstanding van Jezus uit de dood. Met het oog op Zijn sterven zegt Jezus (de Zoon) dat Hij zelf zijn leven aflegt (Johannes 10:17,18). Anderzijds zegt de Bijbel dat God (de Vader) Zijn Zoon niet spaarde en voor ons prijsgaf (bijv. Romeinen 8:32). En eveneens staat er dat Jezus Zich door de eeuwige Geest onbevlekt aan God heeft geofferd (Hebreeën 9:14). 
    Van de opstanding geldt hetzelfde. Het was God (de Vader) die Zijn Zoon uit de dood weer bracht (Hebreeën 13:20). Evenzeer is het waar dat Christus (de Zoon) zelf uit de dood opstond (Johannes 10:18). En uit Romeinen 1:4 en 8:11 weten we dat dit niet zonder de werking van de Heilige Geest is geweest. 

    Nog sterker komt dit tot uitdrukking als de opgestane Jezus zijn discipelen de wereld inzendt. Hij geeft hun daarbij de opdracht te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Er staat niet 'in de namen van' of 'in de naam van de Vader en in de naam van de Zoon en in de naam van de Heilige Geest'. Nee, Vader, Zoon en Geest worden in één naam samengevat. Tenslotte willen we nog de zegenbede noemen, die Paulus de Korintiërs toewenst en die door de eeuwen heen in heel veel kerkdiensten heeft geklonken. 
    De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen (2 Korintiërs 13:13). Ook hier worden de drie Personen in één verband genoemd. En het feit dat Paulus Jezus Christus eerder noemt dan God, laat zien dat hij hierin geen rangorde kent. 

    Al deze gedeelten laten zien dat er drie Personen zijn, die in de schepping en in de kruisdood en opstanding van Jezus in een volkomen eenheid samenwerken. En toch willen we blijven zeggen dat er maar één God is. Eén God, bestaande uit drie Personen, die we wel kunnen onderscheiden, de Vader is niet de Zoon, de Zoon is niet de Geest, de Geest is niet de Vader. Maar we kunnen de Personen niet van elkaar scheiden. Vader, Zoon en Geest horen onlosmakelijk bij elkaar. 

    Behalve dat de Zoon (Jezus Christus) volledig God is, dient hier ook opgemerkt te worden dat de Zoon volledig Mens is. We hebben in het citaat uit Johannes 1 al gelezen dat het Woord God was en Mens is geworden (Johannes 1:1,10). De twee naturen van Christus worden verder uitgelegd in 'Wie is Jezus eigenlijk?' ('Wat waren Jezus' pretenties').

    De belijdenis van de christelijke kerk van de drie-eenheid is niet meer dan een bescheiden poging om menselijke woorden te vinden voor het Goddelijk mysterie van die ene God, Die zich in de Bijbel laat kennen als Vader, Zoon en Heilige Geest.

  10. Ik ben niet uitverkoren, het is niet voor mij

    In sommige christelijke kerken leeft de gedachte sterk dat het al dan niet ontvangen van eeuwig leven afhankelijk is van voorbestemming. God heeft bepaald wie wel en wie niet gered zullen worden en daar heb je als mens geen invloed op. Niet jij kiest voor God, maar God kiest voor jou. Redding moet je gegeven worden. Het overkomt je. 

    In alle bescheidenheid willen we ingaan op deze leer van predestinatie of uitverkiezing. 

    Het grootste gedeelte in het Nieuwe Testament dat handelt over de uitverkiezing, te vinden in Romeinen 9-11, gaat over Gods handelen met Israël. Paulus concludeert daar, dat hoewel God het volste recht heeft om mensen vóór te bestemmen voor het oordeel, Hij juist in Zijn onnaspeurlijke genade ervoor gekozen heeft zich over allen te ontfermen (Romeinen 11:25-36). 

    Wanneer het bijbelboek Genesis spreekt over de verkiezing van Abraham, Izaäk en Jakob dan gaat dat niet zozeer om een verkiezing tot eeuwig leven of eeuwige dood, maar een verkiezing tot een bepaald doel, om een middel te zijn in Gods hand om Zijn doel te bereiken. God koos ervoor om Zijn verlossingsplan via deze lijn van Abraham, Izaäk en Jakob te laten lopen. En daarbij werd Jakobs oudere broer Ezau niet bij voorbaat voor eeuwig afgewezen. Ezau mocht daarin delen, maar hij koos zelf een andere weg. De profeet Maleachi (1:1-3) zegt pas honderden jaren later, naar aanleiding van de zondige levenswandel van Ezau en zijn nakomelingen, “Jakob heb ik liefgehad, Ezau heb ik gehaat” (deze tekst wordt in Romeinen 9:13 geciteerd). Deze tekst sprak de profeet niet voorafgaand aan Ezaus leven, maar het is een uitspraak naar aanleiding van Ezaus leven. 

    Ook als het Nieuwe Testament spreekt over verkiezing gaat het niet over verkiezing tot eeuwig dood of eeuwig leven, maar over de verkiezing in Christus tot het verkrijgen van een rijke erfenis (zie bijv. Efeziërs 1:2-14). Gelovigen zijn in Christus uitverkoren. Zolang je niet gelooft ben je niet uitverkoren. Zodra je gaat geloven in Christus wordt je met Hem mee uitverkoren. 

    De bijbel maakt op veel plaatsen overduidelijk dat God niet wil dat mensen verloren gaan, maar ‘dat alle mensen behouden worden’(1 Timotheüs 2:3-6, Johannes 3:16). De bijbel richt ook heel duidelijk een uitnodiging tot alle mensen om tot God te komen en eeuwig leven te ontvangen. Een ieder die wil mag komen (Johannes 12:46, Openbaring 22:17). Let op: als je leest “een ieder van de uitverkorenen” dan voeg je iets toe aan de bijbel wat er duidelijk niet staat! 

    Hoe het komt dat bepaalde mensen het Evangelie wel horen en anderen niet, weten we niet. Of dat maken heeft met uitverkiezing weten we ook niet. Als jij het aanbod van vergeving en genade hoort, dan is dat een serieus aanbod van God aan jou. Daar hoef je niet aan te twijfelen! Nergens in de bijbel is er sprake van verwerping van een mens die in antwoord op het Evangelie vraagt naar Gods vergeving. Integendeel, de Here Jezus belooft zelf dat wie tot Hem komt geenszins uitgeworpen zal worden (Johannes 6:37). En daarom hoeft de vraag of je wel of niet uitverkoren bent geen belemmering te zijn om van harte ‘ja’ te zeggen tegen het aanbod van Gods liefde voor jou in Jezus Christus. 

    Als er in de Bijbel al sprake is van verwerping dan gaat het altijd om mensen die na vele kansen gehad te hebben, zelf heel bewust hardnekkig het aanbod van Gods vergeving afgewezen hebben. 

    Onder het kopje ‘wat geloven wij?’ op deze site leggen wij uit hoe je Jezus Christus in geloof als Verlosser en Heer mag aanvaarden. Wij willen je aansporen om dat nauwkeurig te lezen en het daar omschreven gebed tot je eigen gebed te maken. 

  11. Wie is Jezus eigenlijk?

    'Hij werd geboren in het stadje Bethlehem, als kind van een jonge timmermansvrouw. Hij groeide op in het kleine dorp Nazareth, waar Hij tot zijn dertigste bij zijn vader in de timmermanszaak werkte. Daarna was Hij drie jaar lang een rondreizende prediker. Hij schreef niet één boek. Hij had geen kantoor. Hij had geen gezin. Hij had geen hoge opleiding gevolgd. Hij bezocht nooit een grote stad. Hij kwam nooit verder dan driehonderd kilometer van zijn geboorteplaats vandaan. Hij deed niets wat men doorgaans van de groten der aarde verwacht. Hij had geen enkele aanbeveling dan zichzelf. Hij was nog maar drieëndertig toen de publieke opinie zich tegen Hem keerde. Zijn vrienden sloegen op de vlucht. Hij werd uitgeleverd aan zijn vijanden en onderworpen aan bespottingen en een beschamend proces. Hij werd aan een kruis genageld, tussen twee misdadigers in. Terwijl Hij langzaam stierf, dobbelden de soldaten die Hem hadden terechtgesteld, om zijn kleding, zijn enige bezitting op aarde. Nadat Hij de geest had gegeven, werd zijn lichaam gelegd in een graf dat was geleend van een vriend die medelijden met Hem had.
    Maar nu, meer dan negentien eeuwen later, is Hij het stralende middelpunt van het mensdom, die vooropgaat in de menselijke vooruitgang. Alle legers die ooit zijn opgetrokken plus alle vloten die ooit zijn uitgevaren plus alle parlementen die ooit in zitting bijeen zijn gekomen plus alle koningen die ooit hebben geregeerd, hebben met elkaar niet zoveel invloed gehad op het leven van de mensen op aarde als dat eenzame leven van deze ene mens.'
    Jezus Christus!
    Wie is Hij?
    De vier evangeliën, die Jezus’ leven beschreven, lijken niet echt geïnteresseerd in Jezus’ uiterlijk. Zij gaan voorbij aan zijn lichaamslengte, de kleur van zijn ogen of zijn haar. Dergelijke uiterlijkheden zijn onbelangrijk. Wie iemand is wordt bepaald door zijn karakter en daarover hebben de evangeliën veel te vertellen.

    Meer weten?
    Omdat de tekst anders te lang wordt, hebben we de punten opgedeeld in verschillende pagina's. Klik op de punten als je ze verder wilt lezen.

  12. Als christen mag je niks...

    Het beeld dat men vaak heeft van christenen is dat ze, omdat ze geloven, de leuke dingen niet mogen en de nare dingen moeten. Om maar meteen de hand in eigen boezem te steken, dat is ook wel vaak de indruk die we zelf afgeven van het christelijk geloof. Het komt voor dat gelovigen de indruk wekken dat het christenleven bestaat uit het leven volgens bepaalde kledingvoorschriften, het naleven van een aantal zondagsregels en het wegblijven bij die dingen die ieder ander mens juist als vermakelijk beschouwt. Kunstuitingen zoals dans en muziek worden als verdacht beschouwd, de kermis en de bioscoop behoren tot het domein van het kwaad en de televisie is de ‘duivel in huis’. Daartegenover geven we het beeld af dat het enige goede leven bestaat uit christelijke activiteiten als ouderwetse kerkdiensten, catechisaties waar lange stukken moeilijke tekst uit het hoofd moeten worden geleerd en opgezegd, jeugdverenigingen en zingen bij het orgel (we overdrijven bewust een beetje).

    Begrijpelijk, dat, als dit ongeveer het beeld van geloven is dat christenen afgeven, hun omgeving niet bepaald staat te trappelen om zich bij de christelijke gemeenschap aan te sluiten.

    Hoe zit het dan wel?
    Allereerst willen wij graag opmerken dat het christelijk geloof een boodschap van vrijheid is. Met vrijheid willen we niet zeggen dat je vrij bent om te doen wat je maar wilt. Dat is geen vrijheid, dat is hedonisme, verslaafd zijn aan je eigen genot. Nee, onder vrijheid verstaan we de vrijheid om het goede leven te leven. Vrijheid wordt ervaren omdat je als mens mag leven uit vergeving. Dat wil zeggen dat er niets is dat tussen God en ons in staat, simpelweg omdat God ons ‘strafblad’ heeft gewist. De zekerheid dat het dankzij Jezus goed zit tussen God en ons en dat we onvoorwaardelijk geliefd zijn, haalt de kramp uit ons leven. We hoeven ons geliefd zijn niet te verdienen door het naleven van bepaalde do’s en don’ts. We mogen relaxed in het leven staan.

    Maar zijn er geen regels dan?
    Het christenleven kun je zien als het leven in een liefdesrelatie. Als je verkering hebt dan ga je rekening houden met degene van wie je houdt. Je past je aan, aan de verlangens van de ander. Niet omdat het moet, maar omdat je van je partner houdt. En hoe langer je samen optrekt, hoe beter je gaat begrijpen waarmee je de ander blij maakt en waarmee je de ander teleurstelt. Je houdt er rekening mee omdat het leven met de ander geen beperking is, maar een verrijking. Zo mag je het leven met God ook zien. In de omgang met God – via bidden en bijbellezen – ga je steeds beter zien wat Hij graag ziet in je leven. Ten diepste is de liefde voor God en de liefde voor de medemens de basis voor ons handelen.
    De bijbel laat ons zien hoe we met God (en geen ander!) mogen leven en hoe we met (al) onze medemensen mogen omgaan. Als je deze richtlijnen bekijkt dan zul je zien dat het naleven ervan de mens alleen maar goed doet. Dat is wat God graag wil. Dat het leven goed is. God geeft ons geen regels om het ons lastig te maken, maar richtlijnen om ons leven te beschermen. Je kunt het met verkeersregels vergelijken. Wij kunnen alleen maar veilig aan het verkeer deelnemen als we ons allemaal aan die regels houden. Wie denkt dat hij vrij is om van de regels af te wijken, moet eens proberen een poosje aan de linkerkant van de weg te gaan rijden. Juist door het naleven van de regels kun je vrij deelnemen. De bijbel, Gods woord, wil als het ware een veilige omheining bieden waarbinnen je in vrijheid het goede leven mag ervaren. Zoals een vis gemaakt is voor het water is de mens gemaakt voor het leven binnen die omheining. Buiten het water is er voor de vis geen leven. Zo is het leven buiten Gods omheining ook niet goed voor de mens. Binnen die omheining is het leven goed, er kan veel en mag veel. Alles waar God blij van wordt en reken er maar op dat God je van harte gunt dat jij van het goedeleven geniet! Maar reken er ook op dat alles buiten die omheining de moeite van het uitproberen niet waard zijn.
    Een christen mag veel……maar een christen wil niet alles, omdat de liefde voor God boven alles gaat!

  13. Waarom zou je een christen zijn?

    Zo lang er mensen op deze wereld rondlopen heeft de mens gezocht naar antwoorden op de grote levensvragen. Vragen zoals ‘waar kom ik vandaan? waar leef ik voor? waar ga ik heen als ik sterf?’ hebben de mens altijd bezig gehouden. Wij geloven dat het christelijk geloof verreweg de beste antwoorden heeft op deze zogenaamde levensvragen.

    Waar kom ik vandaan? Christenen geloven dat God de schepper van het leven is. Ons bestaan is geen aaneenrijging van toevalligheden, maar is te danken aan een grote plan van onze creatieve Schepper. Te weten dat God je gemaakt heeft en je bewust gemaakt heeft, geeft de zekerheid dat je gewild bent. Je bent er niet zo maar, het is geen toeval dat jij jij bent, maar Iemand heeft je gemaakt zoals jij bent. De bijbel geeft in Psalm 139 een poëtische omschrijving hoe God de mens vormde als een kunstwerk.
    U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder. Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één (vs. 13, 14, 16). Uit het feit dat we gewild zijn zoals we zijn mogen we opmaken dat God een plan met ons leven heeft. Hij heeft ons bekwaamheden gegeven die we mogen gebruiken om de mens te worden zoals we bedoeld zijn.

    En dat brengt ons meteen bij de tweede vraag. Waar leef ik voor? Als God onze Schepper is, dan is het antwoord op de vraag waar we voor leven op z’n kortst gezegd: voor Hem! In het leven volgens Zijn plan ligt de zin van ons bestaan. In ‘Wat geloven wij’ wordt op deze site verteld dat we geschapen zijn voor een relatie met God. Christenen proberen met vallen en opstaan te leven in relatie met God. We beschouwen Hem als de innemendste Persoon van het universum en in het kennen van Hem ligt de zin van het bestaan. In de relatie met Hem mogen we gaandeweg ontdekken wat Zijn bedoeling is met ons leven. Dit leven is avontuurlijk en geeft zin aan ons bestaan. Hoe worden we de mens die Hij in gedachten heeft? In ‘Wat geloven wij’ kun je lezen hoe je, dankzij Jezus Christus, weer in relatie met God kan komen.

    De laatste vraag is Waar ga ik heen als ik sterf? Als de Bijbel spreekt over de eindbestemming van de mens, dan wordt het meest complete plaatje gegeven in Openbaring 21. Hier wordt gesproken over een nieuwe aarde onder een nieuwe hemel, waar geen tranen, geen dood, geen rouw, geen pijn meer zal zijn. Alles wordt nieuw! De mens zal niet voor eeuwig dood blijven, Hij zal zelfs niet voor eeuwig in de hemel zijn. De hemel is een tussenstation waar gelovigen verblijven totdat die nieuwe aarde er zal zijn. De eindbestemming is dat een ieder die op Jezus vertrouwt als een nieuw, perfect mens mag leven op een nieuwe, perfecte aarde. En omdat we ieder mens deze eindbestemming gunnen proberen we op de website zo duidelijk en eerlijk mogelijk uit te leggen wat ons motiveert.

    Ook voor gelovigen geldt dat ze ziek worden, erge dingen meemaken en bij sterfbedden staan. Maar onze ervaring is dat de zekerheid dat Iemand je heeft geschapen, dat Iemand een plan heeft met je leven en dat Iemand je perspectief geeft voor de toekomst, een geweldig houvast is, wat er ook zal gebeuren in je leven.
    En dat is de reden waarom wij geloven dat het voor ieder mens goed zou zijn om een christen te worden!